Verjonging van bos onder Amerikaanse Vogelkers
De aanwezigheid van Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) in dennenbossen op zandgronden vormt een unieke uitdaging voor de ontwikkeling van meer natuurlijke bossen. Sinds de massale introductie van deze soort tussen 1900 en 1950 hebben zich vaak dichte struiklagen gevormd die de verjonging van inheemse boomsoorten beïnvloeden. Door waarnemingen van oplettende bosbeheerders en gericht onderzoek is het afgelopen decennium aannemelijk gemaakt dat de dominantie van vogelkers een voorbijgaande fase is in de bosontwikkeling.
Om meer inzicht te krijgen in de impact van vogelkers op de verjongingsmogelijkheden van inheemse boomsoorten, voerde de Technische Universiteit van Dresden een intensief vijfjarig onderzoek uit, gevolgd door nog eens vijf jaar observatie. In deze presentatie zullen de resultaten van het Duitse onderzoek worden toegelicht en wat dit kan beteken voor de Nederlandse bossen. De onderzochte inheemse loofboomsoorten omvatten wintereik (Quercus petraea), beuk (Fagus sylvatica), winterlinde (Tilia cordata), haagbeuk (Carpinus betulus) en lijsterbes (Sorbus aucuparia).
Foto: Saxifraga-Rutger Barendse
