Gedegenereerd grasland: herkennen en herstellen
Op regenwatergevoede zandgronden — vaak met natuurdoeltype N12.02 — ligt veel natuurgrasland dat al jarenlang volgens hetzelfde principe wordt beheerd: maaien en afvoeren na 15 juni, zonder bemesting. Hoewel dit beheer ooit bedoeld was om de soortenrijkdom te vergroten, voldoet een groot deel van deze graslanden niet meer aan de beoogde basiskwaliteit.
Verschralen kan een goed tijdelijk middel zijn bij ontwikkelingsbeheer, maar is in veel gevallen tot doel verheven. Het gevolg: minder bloeiende kruiden, minder insecten en uiteindelijk een sterke afname van soortenrijkdom.
In deze sessie leer je hoe je gedegenereerde graslanden herkent (graslandtype 2G, dat in de komende druk van de Veldgids van W. Schippers e.a. wordt opgenomen) én wat je kunt doen om ze weer soortenrijk en ecologisch waardevol te maken.
